|
Er wordt beschreven hoe je houding is in de relatie, wat je verwachting en hoop is. Daarin wordt helder wat de grond
is van waaruit de relatie ontstond en of er besef van eenheid en heelheid is.
De aard van die grond ontvouwt zich. Is dat genegenheid of hoop op verlossing. Dit inzicht brengt patronen van (schijnbare) onmacht en gewenning aan 'naar buiten gericht zijn' in het licht. Punten van aandacht: Jeugdverwarring: oude gezinsomstandigheden als blauwdruk voor (dis)functioneren in de wereld. Zelfbeeld: ben je open, is er een Grond van Eenheid, of moet de ander voor veiligheid zorgen? Communicatie tussen zelf en ander, wat bemoeit zich ermee, relatie/thema met die 'bemoeienis'. Mag de ander vrij zijn, of moet deze de bevestiging vormen voor je identiteit en wereldbeeld… voor dat wat je schijnbaar afgescheiden houdt van de directe beleving van Liefde. |